Hoe Werkt Een Warmtepomp Op Propaan? Technologie Uitgelegd
In de praktijk verplaatst een warmtepomp op propaan via een gesloten R290-kringloop warmte uit de buitenlucht naar het verwarmingswater, waarbij een lagere gevraagde aanvoertemperatuur het rendement verhoogt.


Belangrijkste inzichten
Het uiteindelijke rendement wordt vooral bepaald door de gevraagde aanvoertemperatuur en buitentemperatuur; hoe lager de aanvoer blijft, hoe minder compressorarbeid en verbruik.
R290-warmtepompen kunnen wanneer nodig hogere watertemperaturen leveren voor radiatoren, maar structureel hoog stoken verlaagt de efficiëntie, waardoor afgiftesysteemoptimalisatie in de praktijk belangrijk blijft.
Door brandbaarheid blijft het koudemiddel bij woningen vaak buiten in een monoblock, en is een open, goed geventileerde opstelling zonder laagtes of openingen essentieel.
Een warmtepomp op propaan (R290) gebruikt een natuurlijk koudemiddel met gunstige thermodynamische eigenschappen om warmte uit de buitenlucht naar het verwarmingswater te verplaatsen. De kern is een gesloten koudemiddelkringloop met fasewisselingen: verdampen bij lage buitentemperaturen, comprimeren tot hogere druk en temperatuur, en vervolgens warmte afgeven in de condensor. Daardoor zijn bruikbare aanvoertemperaturen haalbaar, terwijl het rendement vooral afhangt van het benodigde temperatuurverschil en de kwaliteit van warmteoverdracht. Omdat R290 brandbaar is, sturen ontwerp en opstelling op beperkte vullingen en goede ventilatie rondom de buitenunit. Eerst de praktijkwerking: hoe de cyclus in de buitenunit warmte ophaalt en naar het watercircuit brengt.
Hoe werkt een warmtepomp op propaan in de praktijk?
Een propaan warmtepomp verplaatst warmte uit de buitenlucht naar het verwarmingswater in huis. Dat klinkt simpel, maar de werking R290 berust op een gesloten koudemiddelkringloop waarin propaan steeds van fase verandert: van vloeistof naar gas en weer terug. Door die fasewisselingen kan een relatief kleine hoeveelheid koudemiddel veel warmte opnemen en afgeven, zelfs wanneer het buiten koud is.
In de praktijk zit het koudemiddelcircuit vaak in de buitenunit, zeker bij monoblocksystemen. Buitenlucht stroomt langs een warmtewisselaar en geeft energie af aan vloeibaar propaan. Omdat propaan een laag kookpunt heeft, verdampt het al bij lage temperaturen. Die verdamping is de stap waarbij warmte uit de buitenlucht wordt “opgehaald”. Vervolgens wordt het gas samengeperst, waardoor zowel druk als temperatuur stijgen. Daarna kan het hete koudemiddel zijn warmte afstaan aan water voor radiatoren of vloerverwarming.
Je kunt het vergelijken met een koelkast, maar dan omgekeerd: een koelkast haalt warmte uit de binnenruimte en dumpt die aan de achterkant, terwijl een warmtepomp juist warmte uit de buitenlucht haalt en die naar binnen brengt. Het verschil is dat een warmtepomp is ontworpen om bruikbare watertemperaturen te leveren en stabiel te blijven werken bij wisselende buitentemperaturen. Hoe lager de gevraagde watertemperatuur, hoe gunstiger het rendement meestal uitpakt, omdat de compressor dan minder “temperatuurverschil” hoeft te overbruggen.
Hoe verloopt de warmtepompcyclus met R290?
De warmtepomp cyclus bestaat uit vier hoofdprocessen die continu herhalen. In de verdamper neemt vloeibaar propaan warmte op uit de buitenlucht en verdampt. De compressor zuigt dit gas aan en verhoogt de druk, waardoor de temperatuur sterk oploopt. In de condensor geeft het hete gas warmte af aan het verwarmingswater en condenseert het terug naar vloeistof. Via het expansieventiel daalt de druk weer, koelt het koudemiddel af en kan het opnieuw warmte opnemen.
Omdat deze kringloop gesloten is, raakt het koudemiddel niet “op” tijdens normaal gebruik. De prestaties hangen vooral af van de warmtewisselaars, de instelling van de regeling en de verhouding tussen buitentemperatuur en gewenste aanvoertemperatuur.
Waarom is propaan efficiënt als koudemiddel?
Propaan is efficiënt doordat het makkelijk verdampt bij lage temperaturen en daarbij veel warmte kan opnemen per kilogram koudemiddel. Het lage kookpunt helpt om ook bij koude buitenlucht nog warmte uit de omgeving te halen, terwijl de thermodynamische eigenschappen gunstig zijn voor warmteoverdracht in de wisselaars. Hierdoor kan een systeem met R290 vaak met een beperkte vulling toch een bruikbaar vermogen leveren.
In de praktijk zie je dit terug in stabiel gedrag bij lage buitentemperaturen en in de mogelijkheid om relatief hoge watertemperaturen te maken wanneer dat nodig is. Tegelijk blijft het basisprincipe hetzelfde: de compressor levert het grootste deel van het elektrische verbruik, en alles wat het temperatuurverschil kleiner maakt, werkt direct door in het rendement.
Wat doet propaan als koudemiddel anders dan synthetische alternatieven?
Een propaan koudemiddel hoort bij de groep natuurlijke koudemiddelen. Dat zegt iets over de herkomst, maar in de praktijk gaat het vooral om de combinatie van fysische eigenschappen en randvoorwaarden. Veel synthetische alternatieven zijn ontwikkeld om niet brandbaar te zijn en toch goed te presteren. Propaan kiest een andere balans: het levert gunstige thermodynamische prestaties en een zeer lage klimaatimpact, maar vraagt door brandbaarheid om een veiligheidsconcept in ontwerp en opstelling.
De R290 eigenschappen maken het koudemiddel geschikt om warmte uit koude buitenlucht te halen en die bruikbaar af te geven aan verwarmingswater. Het lage kookpunt helpt om bij lage temperaturen nog te verdampen, waardoor er warmte kan worden opgenomen uit de buitenlucht. Tegelijk kan de cyclus zodanig worden ingericht dat de condensor relatief hoge watertemperaturen haalt, wat vooral relevant is voor woningen met radiatoren of een hogere aanvoertemperatuurvraag.
Het verschil met veel synthetische koudemiddelen zit niet alleen in prestaties, maar ook in systeemarchitectuur. Omdat propaan brandbaar is, wordt het koudemiddelcircuit in woningen vaak zo ontworpen dat het volledig buiten blijft, bijvoorbeeld in monoblock-opstellingen. Daardoor verandert ook de installatiepraktijk: je ziet minder koudemiddelleidingen door de gevel, maar juist meer aandacht voor vrije ruimte, ventilatie en situering van de buitenunit.
Als je warmtepompen vergelijkt, is het daarom nuttig om verder te kijken dan alleen COP-waarden. Het totale plaatje bestaat uit efficiëntie bij verschillende buitentemperaturen, haalbare watertemperaturen, benodigde koudemiddelvulling en de eisen die voortkomen uit veiligheid en regelgeving. Op dat snijvlak onderscheidt propaan zich duidelijk van synthetische alternatieven.
Hoe gedraagt propaan zich in de verdamper en condensor?
In de verdamper verdampt R290 relatief makkelijk, waardoor het bij lage buitentemperaturen nog warmte kan opnemen uit de luchtstroom langs de wisselaar. Die faseovergang is efficiënt omdat er veel energie wordt opgenomen zonder dat het koudemiddel eerst extreem warm hoeft te worden. In de condensor gebeurt het omgekeerde: het samengeperste, warme gas geeft warmte af aan het watercircuit en condenseert weer tot vloeistof.
In de praktijk helpt dit gedrag om met compacte warmtewisselaars en een beperkte vulling toch een bruikbaar vermogen te halen. Het betekent ook dat het systeem sterk leunt op goede warmteoverdracht: schone wisselaars, juiste waterstromen en correcte regeling bepalen of de theoretische voordelen van R290 eigenschappen ook echt zichtbaar worden in het dagelijks gebruik.
Welke temperaturen kan propaan bereiken en waarom?
Propaanwarmtepompen staan bekend om het kunnen leveren van hogere watertemperaturen, in veel ontwerpen tot rond 70-75 graden onder geschikte omstandigheden. Dat komt doordat de compressie met R290 een hoge persgastemperatuur kan opleveren, waardoor er meer ‘temperatuurhoogte’ beschikbaar is om warmte aan het water af te geven. Dit is vooral relevant wanneer een woning tijdelijk of structureel hogere aanvoertemperaturen nodig heeft.
Tegelijk blijft het een afweging: hogere watertemperaturen vragen meer compressorarbeid en drukken het rendement. Daardoor presteert een warmtepomp met propaan als koudemiddel het meest gunstig wanneer de gevraagde aanvoertemperatuur zo laag mogelijk kan blijven, terwijl de mogelijkheid tot hogere temperaturen vooral helpt om de inzet in bestaande situaties technisch haalbaar te maken.
Welke voordelen heeft een warmtepomp op propaan?
De voordelen propaan warmtepomp komen vooral voort uit de combinatie van gunstige thermodynamische eigenschappen en een zeer lage klimaatimpact van het koudemiddel. In een lucht/water-warmtepomp kan R290 efficiënt warmte uit de buitenlucht opnemen, ook wanneer het buiten flink afkoelt. Daardoor is het een interessant koudemiddel voor systemen die in de praktijk stabiel moeten presteren in verschillende seizoenen, zonder dat de werking afhankelijk is van zeldzame of sterk gereguleerde stoffen.
Een tweede voordeel is de mogelijkheid tot hogere aanvoertemperaturen. Met hoge temperatuur R290 kunnen sommige systemen verwarmingswater leveren dat hoger ligt dan bij veel alternatieven, tot in de orde van 70-75 graden onder passende omstandigheden. Dit kan helpen bij woningen met radiatoren of een hogere warmtevraag op piekmomenten, al blijft het zo dat hogere temperaturen meestal gepaard gaan met een lager rendement dan lage temperatuurverwarming.
Tot slot speelt het milieuprofiel mee. Het Global Warming Potential van propaan is zeer laag; met GWP 3 ligt het ver onder veel synthetische koudemiddelen. Daardoor is de impact van een eventuele lekkage relatief beperkt in klimaatopzicht, en past R290 in de bredere beweging richting koudemiddelen met lage GWP-waarden.
Waarom is propaan een toekomstbestendig koudemiddel?
Propaan is een natuurlijk koudemiddel met ODP 0 en een zeer lage GWP-waarde. Omdat regelgeving steeds meer stuurt op het terugdringen van koudemiddelen met hoge klimaatimpact, is een koudemiddel met GWP 3 minder kwetsbaar voor toekomstige beperkingen dan veel synthetische varianten. Voor huiseigenaren vertaalt dit zich naar een systeemkeuze die beter aansluit op de richting van beleid en marktontwikkeling, zonder dat dit iets zegt over de kwaliteit van één specifiek toestel.
Daarbij is propaan wereldwijd beschikbaar en chemisch relatief eenvoudig, wat de afhankelijkheid van complexe productie- en quota-systemen kan verkleinen. In de praktijk blijft wel gelden dat de brandbaarheid van R290 vraagt om ontwerp- en plaatsingskeuzes die passen binnen de geldende veiligheidskaders.
Hoe ondersteunt R290 hogere rendementen?
R290 kan hoge efficiëntie halen doordat het gunstig verdampt en condenseert binnen de temperaturen die bij lucht/water-warmtepompen voorkomen. Bij een goed afgestemd systeem kan dat resulteren in hoge COP- en SCOP-waarden, zeker wanneer de gevraagde aanvoertemperatuur beperkt blijft en de warmtewisselaars goed worden benut. Ook kan met een relatief kleine koudemiddelvulling al een bruikbaar vermogen worden bereikt, wat ontwerptechnisch voordelen geeft.
Het blijft belangrijk om rendement altijd in context te zien. De prestaties worden sterk beïnvloed door afgiftesysteem, ingestelde watertemperaturen, buitentemperatuur en deellastgedrag. R290 helpt dus vooral door gunstige basis-eigenschappen, maar het totale systeem bepaalt wat je uiteindelijk terugziet op het verbruik.
In welke situaties werkt propaan bijzonder goed?
Propaanwarmtepompen komen vaak goed tot hun recht in situaties waar zowel efficiëntie als temperatuurflexibiliteit belangrijk zijn. Denk aan woningen waar het afgiftesysteem deels uit radiatoren bestaat en waar een hogere aanvoertemperatuur soms nodig is, of aan locaties met koudere winters waar lage buitentemperaturen regelmatig voorkomen. Het lage kookpunt helpt om ook dan nog warmte uit de buitenlucht te halen.
Ook bij renovatieprojecten kan de mogelijkheid tot hogere watertemperaturen helpen om de overstap naar een warmtepomp technisch passend te maken, bijvoorbeeld wanneer het afgiftesysteem niet volledig is ingericht op lage temperaturen. Tegelijk blijft het rendement het gunstigst wanneer de warmtevraag kan worden geleverd met zo laag mogelijke aanvoertemperaturen, ongeacht het gekozen koudemiddel.
Welke beperkingen en veiligheidsaspecten horen bij propaan?
De keerzijde van de goede prestaties en lage klimaatimpact van R290 is dat je te maken hebt met brandbaarheid. Veiligheid propaan draait daarom om het beheersen van een zeldzaam maar relevant scenario: een lekkage die leidt tot een brandbaar gas-luchtmengsel in de buurt van een ontstekingsbron. Omdat propaan zwaarder is dan lucht kan het zich bij vrijkomen laag ophopen, vooral in nissen, keldertrappen of slecht geventileerde hoeken. Daardoor zijn opstelling en vrije ruimte rondom de unit een belangrijk onderdeel van het veiligheidsconcept.
Een tweede beperking is de vullingslimiet propaan. Normen en productontwerpen sturen op beperkte koudemiddelvullingen in woningen, zodat een eventuele vrijgekomen hoeveelheid beheersbaar blijft. Je ziet daarom dat veel systemen zo zijn ontworpen dat het koudemiddelcircuit volledig in de buitenunit blijft en dat het om een relatief kleine fabriekvulling gaat. Dit beperkt het risico dat R290 in de woning terechtkomt en maakt de randvoorwaarden voor plaatsing beter te borgen.
Voor huiseigenaren zit de praktische consequentie vooral in wat wel en niet kan qua locatie. Een plek die ‘netjes uit het zicht’ is, zoals onder een gesloten overkapping of dicht tegen een raam of ventilatierooster, kan juist ongeschikt zijn. Richtlijnen zoals NPR 7910-1 beschrijven veiligheidszones en verboden locaties om ophoping en gasinloop te voorkomen.
Waarom brengt propaan strengere veiligheidsregels mee?
De brandbaarheid R290 betekent dat niet alleen het toestel, maar ook de omgeving onderdeel wordt van de risicobeoordeling. Bij een lekkage wil je dat het gas snel verdunt in de buitenlucht en niet naar binnen kan stromen via openingen. Daarom leggen richtlijnen eisen op aan afstanden tot ramen, deuren, ventilatieopeningen en mogelijke ontstekingsbronnen, en wordt een vrije, goed geventileerde zone rondom de buitenunit belangrijk.
Omdat propaan zich laag kan verzamelen, zijn lage punten extra kritisch. Een putje, lichtkoker of keldertoegang dichtbij kan in het onwaarschijnlijke geval van uitstroom een plek worden waar gas blijft hangen. In de praktijk verklaart dit waarom ‘beschutte’ opstellingen vaak juist strenger worden beoordeeld dan een open plek met voldoende luchtstroming.
Welke technische maatregelen beperken de risico’s?
Fabrikanten beperken risico’s met systeemkeuzes en beveiligingen. Een veelgebruikte aanpak is een monoblock-ontwerp waarbij de koelkring af fabriek gesloten is en buiten blijft, zodat er geen koudemiddelleidingen door de woning lopen. Ook wordt gewerkt met beperkte vullingen, lekdichtheidstesten en een constructie waarbij componenten en elektrische delen zo zijn geplaatst dat het risico op ontsteking bij een eventuele uitstroom zo klein mogelijk is.
Aan de installatiekant horen daar opstellingsvoorwaarden bij: voldoende vrije ruimte, geen obstakels die ventilatie belemmeren en het vermijden van locaties waar gas kan ophopen. Onderhoud en inspectie helpen om de uitgangssituatie intact te houden, bijvoorbeeld door te zorgen dat roosters niet dichtgroeien en dat de unit mechanisch stabiel blijft staan.
Welke typen propaanwarmtepompen zijn er en waar passen ze?
Propaan warmtepomp systemen zijn er in verschillende uitvoeringen, maar voor woningen kom je vooral uit op lucht/water-warmtepompen met R290. Het belangrijkste onderscheid zit in waar het koudemiddelcircuit loopt en hoe de warmte naar het watercircuit wordt overgedragen. Dat bepaalt niet alleen de installatie, maar ook de veiligheidsrandvoorwaarden en de typische R290 toepassingen.
In een monoblock zit de volledige koeltechniek in de buitenunit en gaat er alleen water naar binnen. Bij split-opstellingen wordt de warmte vaak via een koudemiddelleiding tussen buiten- en binnendeel verplaatst. Daarnaast bestaan er grotere systemen en cascades die vooral interessant zijn bij een grotere warmtevraag, bijvoorbeeld in grote woningen of kleine utiliteit, waarbij de opstellingsruimte en situering extra aandacht vragen.
Voor huiseigenaren is het nuttig om te weten dat deze keuzes invloed hebben op leidingwerk, onderhoudstoegang en plaatsingsmogelijkheden. Een compact systeem kan technisch passend zijn, maar als de buitenunit niet veilig en vrij kan staan of de leidingroute ongunstig is, kan een ander type beter aansluiten bij de woning en het perceel.
Wanneer kies je voor een monoblock met propaan?
Een monoblock R290 wordt vaak toegepast omdat het koudemiddelcircuit fabrieksmatig gesloten is en buiten blijft. Daardoor lopen er geen koudemiddelleidingen door de gevel en is de kans kleiner dat R290 bij een leidingbeschadiging in de woning terechtkomt. In de praktijk maakt dit de veiligheidsvraag overzichtelijker: de focus ligt op een vrije, goed geventileerde buitenopstelling en het volgen van de voorgeschreven veiligheidsafstanden.
Ook qua installatie is het onderscheid duidelijk. De verbinding naar binnen bestaat uit aanvoer- en retourleidingen met water of mengsel, waardoor de binnenzijde meer lijkt op een traditionele cv-aansluiting. Wel vraagt dit aandacht voor vorstbeveiliging, goede isolatie van leidingen en een logische plek voor afsluiters en service, omdat je water buiten het verwarmde volume brengt.
Waar passen grotere of binnenopgestelde systemen?
Grotere R290 toepassingen zie je vooral wanneer het gevraagde vermogen hoger is of wanneer men flexibiliteit wil, bijvoorbeeld door meerdere units te combineren. Dat kan relevant zijn bij grote woningen met een hoge warmtevraag, bij woningen met meerdere gebruikszones of bij situaties waar redundantie gewenst is. Bij dergelijke opstellingen wordt het belangrijker om geluidsaspecten, ruimte rondom de units en onderhoudstoegang goed mee te nemen.
Binnenopstelling met R290 komt minder vaak voor in woningen en is meestal gekoppeld aan striktere voorwaarden voor ruimtevolume, ventilatie en scheiding van andere ruimtes. In die gevallen bepaalt de systeemopbouw mede of het haalbaar is, omdat grotere vullingen of langere koudemiddelleidingen sneller tot aanvullende eisen leiden. Daarom wordt bij binnenopstellingen vaak gekozen voor ontwerpen waarin het koudemiddelvolume beperkt blijft en de veiligheidsfunctie niet afhankelijk is van één enkele maatregel.
Is een warmtepomp op propaan geschikt voor jouw woning?
De geschiktheid propaan warmtepomp hangt minder af van het etiket “R290” en meer van de vraag of het totale systeem past bij de woning en de plek waar de buitenunit kan staan. Een R290 woning kan uitstekend uitkomen met een lucht/water-warmtepomp als de warmtevraag realistisch is, het afgiftesysteem voldoende capaciteit heeft en de regeling de aanvoertemperatuur laag kan houden wanneer dat kan. Tegelijk moet de opstelling voldoen aan veiligheidsafstanden en voldoende vrije ventilatie, omdat propaan brandbaar is.
In woningen met vloerverwarming of grotere radiatoren is het meestal makkelijker om met lagere watertemperaturen te werken, wat het rendement ten goede komt. Bij bestaande radiatoren kan een propaanwarmtepomp toch passend zijn, mede doordat veel ontwerpen hogere aanvoertemperaturen kunnen leveren. Dat voordeel werkt vooral op piekmomenten; structureel op hoge temperatuur draaien kost meer elektriciteit en vraagt om een goed afgesteld systeem.
Ook praktische randvoorwaarden spelen mee. Denk aan geluid, leidingroutes en onderhoudstoegang, maar ook aan de plek van ramen, deuren, ventilatieopeningen en laaggelegen punten rond de beoogde opstelling. Als de buitenruimte beperkt is of alleen nissen en overkappingen beschikbaar zijn, kan dat de propaan toepassing inperken, ongeacht het vermogen van het toestel.
Wanneer werkt propaan goed in bestaande bouw?
In bestaande bouw werkt R290 vaak goed als de warmteafgifte voldoende is bij gematigde watertemperaturen. Dat kan betekenen dat radiatoren groter zijn uitgevoerd, dat er convectoren aanwezig zijn of dat ruimtes al redelijk op temperatuur blijven met een lagere aanvoer. In de praktijk komt het ook voor dat een woning stapsgewijs wordt verbeterd, waardoor de warmtevraag afneemt en de warmtepomp steeds vaker in een gunstig werkgebied draait.
De mogelijkheid om tijdelijk hogere watertemperaturen te maken kan helpen om comfort te behouden in koude periodes of bij tapwaterbereiding, maar het blijft een pluspunt bovenop een basis die bij voorkeur op lagere temperaturen functioneert. Daardoor is de staat van isolatie, kierdichting en ventilatie indirect toch belangrijk voor de uiteindelijke prestaties, ook al is het geen harde voorwaarde om te kunnen starten.
Hoe beoordeel je of een R290-systeem past bij jouw opstelling?
Kijk eerst naar de buitenruimte: is er een open plek met voldoende vrije ruimte rondom de unit en zonder directe nabijheid van openingen naar binnen? Een veilige plaatsing vermijdt ook locaties waar zwaarder-dan-lucht gas zou kunnen blijven hangen, zoals keldertrappen of diepe lichtkokers. Daarnaast telt toegankelijkheid: de unit moet bereikbaar blijven voor schoonmaak en inspectie, anders worden kleine problemen sneller groot.
Vervolgens is de technische match relevant: het benodigde vermogen, het gewenste geluidsniveau en de leidingroute naar binnen moeten haalbaar zijn zonder noodoplossingen. Bij twijfel is het vooral zinvol om te laten onderbouwen welke aanvoertemperaturen in jouw situatie nodig zijn en welke opstellingsvoorwaarden daarvoor gelden, omdat juist die combinatie bepaalt of een R290 woning in de praktijk comfortabel en veilig functioneert.
Conclusie
Met R290 als koudemiddel draait alles om slimme fasewisselingen: warmte uit buitenlucht wordt efficiënt opgewaardeerd naar bruikbare watertemperaturen, met ruimte voor hogere aanvoer wanneer dat nodig is. De praktijk draait vervolgens om passend ontwerp en opstelling: lage aanvoertemperaturen geven het beste rendement, terwijl een vrije, goed geventileerde plek de veiligheid borgt. Zo blijkt een warmtepomp op propaan vooral sterk wanneer techniek en woning op elkaar zijn afgestemd. Meer verdieping vind je bij onze warmtepompoplossingen.
Veelgestelde vragen
Hoe beïnvloedt de gevraagde watertemperatuur het verbruik en rendement van een R290‑warmtepomp in het dagelijks gebruik?
Wanneer is een propaan warmtepomp een logische keuze in een woning met bestaande radiatoren?
Wat gebeurt er bij strenge vorst: kan een R290‑warmtepomp dan nog voldoende warmte leveren?
Welke opstellingslocaties zijn om veiligheidsredenen af te raden bij een propaangevuld systeem?
Hoe verschilt een monoblock met R290 van een splitopstelling in onderhoud en risico’s?

Met genoegen stellen we je voor aan de eigenaar van ons duurzame bedrijf, Kaey van Gerner. Met een passie voor innovatie en een diepgewortelde toewijding aan milieubewustzijn, heeft Kaey een vooraanstaande rol ingenomen in de wereld van duurzaam ondernemen.
Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen

Propaanwarmtepomp vs Andere Warmtepompen: Vergelijking 2026
Door de extreem lage GWP en de mogelijkheid om efficiënt hogere aanvoertemperaturen te leveren, past de propaan warmtepomp in de praktijk goed bij bestaande woningen met radiatoren, waardoor verduurzamen zonder ingrijpende aanpassingen haalbaarder wordt.
Lees meer
Propaan Warmtepomp Veiligheid: Waar Moet Je Op Letten?
Bij een propaan warmtepomp vereist veiligheid een open en goed geventileerde veiligheidszone rond de buitenunit volgens NPR 7910-1, waardoor bij een lekkage geen brandbaar mengsel kan ontstaan.
Lees meer
Propaan warmtepomp: compleet overzicht en voordelen 2026
Richting 2026 wordt de propaanwarmtepomp steeds gangbaarder doordat R290 aansluit op de F-gasafbouw en hogere aanvoertemperaturen ondersteunt, met behoud van bestaande radiatoren in veel renovaties.
Lees meer