Propaanwarmtepomp vs Andere Warmtepompen: Vergelijking 2026
Door de extreem lage GWP en de mogelijkheid om efficiënt hogere aanvoertemperaturen te leveren, past de propaan warmtepomp in de praktijk goed bij bestaande woningen met radiatoren, waardoor verduurzamen zonder ingrijpende aanpassingen haalbaarder wordt.


Belangrijkste inzichten
Propaan als koudemiddel heeft een zeer laag GWP, waardoor lekkages minder klimaatimpact hebben en de keuze beter aansluit op Europese F-gassenregels.
R290-warmtepompen leveren bij kou hogere aanvoertemperaturen en behouden capaciteit, waardoor radiatorwoningen vaker zonder grote aanpassingen kunnen draaien, al blijft hoog stoken minder efficiënt.
Veiligheid draait om beperkte vulling en buitenopstelling met vrije ventilatie en afstand tot openingen, waardoor ontwerp en plaatsing bepalend worden voor toepasbaarheid.
In 2026 verschuift de warmtepompmarkt richting natuurlijke koudemiddelen. Propaan (R290) wordt hier afgezet tegen systemen op R32, R410A en bodem- of watergebonden varianten. De vergelijking raakt vier domeinen: impact van het koudemiddel, prestaties bij verschillende aanvoertemperaturen en buitentemperaturen, veiligheidseisen en kosten. Voor de huiseigenaar betekent dit inzicht in waar en wanneer een propaanwarmtepomp technisch passend is binnen renovatie of nieuwbouw, en welke randvoorwaarden gelden. Omdat het koudemiddel de klimaatvoetafdruk mede bepaalt, begint de analyse bij milieubelasting en het Global Warming Potential, waarna prestaties, veiligheid en investeringsaspecten volgen.
Hoe verhoudt propaan zich tot andere koudemiddelen in milieubelasting?
De milieubelasting koudemiddelen wordt vaak samengevat met één getal: het Global Warming Potential (GWP). Dat is een maat voor het broeikaseffect van een koudemiddel bij uitstoot, uitgedrukt in CO2-equivalent over een vaste periode. Voor een propaan warmtepomp is dit relevant omdat koudemiddel in een gesloten circuit hoort te blijven, maar bij schade of service toch in kleine hoeveelheden kan ontsnappen. Dan maakt het uit of het om een stof met een zeer hoog of juist laag klimaatprofiel gaat.
Propaan (R290) heeft GWP 3. Dat is extreem laag vergeleken met veel synthetische koudemiddelen die jarenlang standaard waren in warmtepompen. In de praktijk betekent dit dat een eventuele lekkage van eenzelfde massa koudemiddel een veel kleinere klimaatimpact heeft. Het zegt niets over het elektriciteitsverbruik van de warmtepomp zelf, maar het verkleint het deel van de totale milieu-impact dat samenhangt met het koudemiddel.
Naast GWP speelt toekomstbestendigheid mee. Europese regels voor F-gassen sturen op het terugdringen van koudemiddelen met hoge GWP-waarden. Daardoor verschuift de markt richting alternatieven met lage klimaatimpact, waaronder natuurlijke koudemiddelen zoals propaan. Voor huiseigenaren betekent dit vooral dat het gekozen koudemiddel beter aansluit op de richting van regelgeving en beschikbaarheid op langere termijn.
Waarom is het GWP van propaan zo laag vergeleken met R32 en R410A?
Het GWP hangt af van hoe sterk een stof infraroodstraling absorbeert en hoe lang ze in de atmosfeer aanwezig blijft. Synthetische koudemiddelen zoals R32 en R410A zijn chemisch zo opgebouwd dat ze in de praktijk goed werken in koeltechnische systemen, maar ze hebben ook een veel hogere klimaatimpact bij uitstoot. Ter vergelijking: R32 heeft een GWP van 675 en R410A van 2088, tegenover GWP 3 voor propaan.
Dat verschil is zo groot dat zelfs kleine emissies bij lekkage of bij end-of-life terugwinning relatief zwaar kunnen meetellen in de klimaatbalans van systemen met een hoog-GWP koudemiddel. Bij propaan is die impact veel beperkter, al blijft zorgvuldig omgaan met het koudemiddelcircuit belangrijk.
Hoe beïnvloedt Europese regelgeving de keuze voor koudemiddelen?
De F-gassenrichtlijnen en bijbehorende uitfasering en quota beperken stap voor stap het gebruik van koudemiddelen met hoge GWP-waarden. Dit raakt zowel welke koudemiddelen nog in nieuwe apparatuur mogen worden toegepast als de beschikbaarheid en prijs van koudemiddelen voor service in de toekomst. Daardoor is de keuze voor lage-GWP alternatieven niet alleen een milieukwestie, maar ook een kwestie van leverbaarheid en langetermijnzekerheid.
Propaan valt als natuurlijk koudemiddel buiten veel van de beperkingen die specifiek op F-gassen zijn gericht. Tegelijk gelden er bij R290 wél strengere veiligheidseisen vanwege brandbaarheid, waardoor het systeemontwerp en de opstelling onderdeel blijven van de totale afweging.
Hoe verschillen prestaties van propaanwarmtepompen van andere systemen?
Warmtepomp prestaties vergelijk je het eerlijkst door te kijken naar wat een systeem levert bij verschillende buitentemperaturen en bij verschillende aanvoertemperaturen. Veel lucht/water-warmtepompen met synthetische koudemiddelen zijn geoptimaliseerd voor lage temperatuurverwarming, bijvoorbeeld 35-45 graden. Een propaan warmtepomp kan in datzelfde bereik efficiënt draaien, maar valt vooral op doordat het systeem vaak beter omgaat met een hogere temperatuurvraag zonder direct tegen grenzen aan te lopen.
Dat heeft te maken met de thermodynamische eigenschappen van R290 en de manier waarop fabrikanten de compressor en warmtewisselaars daarop afstemmen. In de praktijk merk je dit vooral in bestaande woningen waar radiatoren of een hogere tapwatervraag soms een hogere aanvoer nodig maken. Tegelijk blijft de basisregel gelden: hoe lager de gevraagde watertemperatuur, hoe hoger het rendement, ongeacht het koudemiddel.
Naast rendement en temperatuur is er nog een derde dimensie: geluid. Geluidsproductie komt niet alleen door de ventilator, maar ook door de compressorbelasting. Als een systeem bij dezelfde warmteafgifte minder hard hoeft te werken, kan dat in gunstige situaties leiden tot lagere geluidsniveaus. Dat is geen vaste garantie, maar wel een patroon dat je in prestatiedata en praktijkmetingen regelmatig terugziet.
Welke aanvoertemperaturen halen propaanwarmtepompen en waarom is dat bijzonder?
Met hoge temperatuur R290 halen veel lucht/water-systemen aanvoertemperaturen in de orde van 65-75 graden, ook wanneer het buiten rond het vriespunt of lager is. Dat is bijzonder omdat veel warmtepompen met andere koudemiddelen bij zulke temperaturen eerder terugvallen op elektrische bijverwarming, of in elk geval duidelijk minder efficiënt worden.
Voor huiseigenaren is het belangrijkste effect dat een propaan warmtepomp vaker inzetbaar is in woningen met radiatoren of met een hogere piekvraag, zonder dat het afgiftesysteem volledig hoeft te worden omgebouwd. Wel blijft het verstandig om die hogere temperaturen vooral te zien als ‘reserve’: structureel hoog stoken kost meer stroom en drukt de seizoensprestaties.
Hoe verschillen SCOP-waarden tussen propaan en synthetische koudemiddelen?
SCOP is een seizoensgetal dat rekening houdt met deellast, ontdooicycli en wisselende buitentemperaturen. In vergelijkingen zie je dat R290-systemen vooral bij hogere aanvoertemperaturen relatief gunstig kunnen uitkomen, omdat het koudemiddel en de componentkeuze het temperatuurverschil efficiënter kunnen overbruggen.
Bij lage aanvoertemperaturen liggen de verschillen vaak dichter bij elkaar en bepaalt het totale ontwerp meer dan het koudemiddel alleen. Denk aan warmtewisselaaroppervlak, regeling, pompen en hoe ver het systeem moduleert. Daardoor is het zinvoller om SCOP-waarden altijd te lezen in combinatie met het temperatuurniveau waarop ze zijn gemeten, in plaats van één getal los te vergelijken.
Waarom draaien propaanwarmtepompen vaak stiller?
Een warmtepomp maakt geluid doordat de ventilator lucht verplaatst en doordat de compressor druk opbouwt in het koudemiddelcircuit. Wanneer het systeem bij dezelfde warmteafgifte met minder compressieverhouding kan werken, kan de compressor rustiger draaien en kan het geluid in sommige situaties lager uitvallen.
Bij R290 wordt dit effect vaak gekoppeld aan de gunstige thermodynamica, maar de uitkomst hangt sterk af van behuizing, trillingsdemping, ventilatorregeling en plaatsing. Een stille unit blijft stil als hij vrij kan ‘ademen’ en niet tegen reflecterende wanden of in een nauwe hoek staat, omdat dat het waargenomen geluid in de tuin of bij de gevel merkbaar kan versterken.
Welke veiligheidsaspecten spelen een rol bij propaan in vergelijking met andere koudemiddelen?
Het grote verschil tussen propaan en veel synthetische koudemiddelen is de brandbaarheid. Bij brandbaarheid R290 hoort daarom een andere manier van risicobeheersing: niet alleen het toestel zelf telt, maar ook de plek waar het staat en de manier waarop een eventuele lekkage kan verdunnen in de buitenlucht. Bij niet-brandbare koudemiddelen ligt de nadruk eerder op druk, milieu-impact en het voorkomen van verlies, terwijl bij propaan ook de kans op ontsteking wordt meegenomen.
Veiligheid propaan in woningen draait in de praktijk om twee uitgangspunten. De hoeveelheid koudemiddel wordt beperkt en het systeem wordt zo ontworpen dat propaan zo veel mogelijk buiten het woonvolume blijft. Daardoor gaat het bij plaatsing vaak over vrije ventilatie, afstanden tot openingen zoals ramen en roosters, en het vermijden van laaggelegen plekken waar gas zich kan ophopen. Richtlijnen zoals NPR 7910-1 en relevante productnormen geven hiervoor kaders.
Belangrijk is dat deze veiligheidsaspecten niet betekenen dat propaan per definitie onveilig is, maar wel dat de tolerantie voor ‘creatieve’ opstellingen kleiner is. Een buitenunit in een afgesloten nis of onder een lage overkapping kan bij R290 sneller afvallen, omdat verdunning dan minder zeker is.
Waarom gelden er strengere limieten voor de hoeveelheid propaan?
De vullingslimiet propaan is bedoeld om de gevolgen van een worstcasescenario beheersbaar te houden. Als er minder koudemiddel aanwezig is, kan er bij een lek minder gas vrijkomen en is de kans kleiner dat een brandbaar mengsel lang genoeg blijft bestaan om een ontstekingsbron te bereiken. Dit principe zie je terug in normen en in de manier waarop toestellen voor woningen worden ontworpen met relatief kleine, fabriekmatig gevulde circuits.
Die limieten bepalen ook indirect welke systeemopbouw logisch is. Bij grotere vullingen of binnenopstelling nemen de eisen aan ruimtevolume en ventilatie toe, waardoor fabrikanten en ontwerpers in woningen vaak kiezen voor oplossingen die de koudemiddelinhoud beperken en de locatie van het circuit naar buiten verplaatsen.
Hoe maken fabrikanten propaanwarmtepompen veilig voor woningen?
Veel propaanwarmtepompen zijn uitgevoerd als monoblock, waarbij de volledige koelkring af fabriek gesloten is en in de buitenunit zit. Daardoor lopen er geen koudemiddelleidingen door de woning en blijft een eventuele lekkage buiten. Daarnaast worden componenten en elektrische delen zodanig geplaatst en afgeschermd dat het risico op ontsteking bij een onwaarschijnlijke uitstroom wordt verkleind.
Aanvullend spelen lekdichtheidstests, beperkte vullingen en constructieve keuzes mee die passen binnen de geldende normen. Voor de huiseigenaar vertaalt dit zich vooral naar duidelijke plaatsingsvoorwaarden: voldoende vrije ruimte rondom de unit, geen blokkades die de luchtstroming beperken en afstanden tot ramen, deuren en ventilatieopeningen die het risico op gasinloop minimaliseren.
Wat zijn de kostenverschillen tussen propaanwarmtepompen en andere systemen?
De kosten warmtepompen 2026 lopen breed uiteen, vooral door het type bron (lucht, bodem, water), het benodigde vermogen en de hoeveelheid aanpassingen in huis. Een prijs propaan warmtepomp valt meestal binnen dezelfde bandbreedte als andere lucht/water-warmtepompen. Het koudemiddel op zichzelf bepaalt de totaalprijs dus zelden; het gaat eerder om het ontwerp, de behuizing, de warmtewisselaars en de inregeling.
Als je verschillende systemen naast elkaar zet, zie je grofweg dit beeld: lucht-lucht warmtepompen zitten vaak aan de onderkant van het spectrum, lucht-water en hybride varianten zitten in het middensegment, en water-water of grondgebonden systemen zijn doorgaans het duurst door bronboringen en aanleg. Voor lucht/water, inclusief R290-uitvoeringen, wordt vaak een totale investering gezien van ongeveer 5.000 tot 14.000 euro inclusief plaatsing, afhankelijk van woning en scope.
De installatiekosten warmtepomp worden in de praktijk vooral bepaald door wat er om het toestel heen nodig is. Een technisch uitstekend toestel kan relatief duur worden als het leidingwerk complex is, als er veel elektrische aanpassingen nodig zijn of als de buitenunit moeilijk te plaatsen is volgens veiligheids- en geluidsrandvoorwaarden.
Hoe verhouden aanschaf- en installatiekosten zich tot alternatieven?
Bij een lucht/water-warmtepomp is de verhouding tussen toestelprijs en installatiekosten vaak ongeveer in balans, maar dat verschilt per woning. Vergeleken met hybride systemen is de investering meestal hoger, omdat er meer vermogen en meer integratie met het afgiftesysteem nodig is. Vergeleken met bodem- of watergebonden warmtepompen is de investering vaak lager, omdat de bronaanleg ontbreekt.
Propaanwarmtepompen hebben meestal geen structurele ‘propaan-toeslag’ die de hele categorie duurder maakt. Wel kan de gekozen uitvoering invloed hebben op de kosten, bijvoorbeeld door eisen aan opstelling, extra voorzieningen voor vorstbeveiliging bij waterleidingen naar buiten, of een grotere buffercapaciteit om rustig te kunnen draaien.
Welke factoren bepalen de totale investering in 2026?
De grootste kostenverschillen ontstaan door project-specifieke factoren. Het gaat dan om zaken als: benodigde capaciteit, gewenste aanvoertemperaturen, aanpassingen aan radiatoren of vloerverwarming, uitbreidingen in de meterkast, en de lengte en complexiteit van leidingroutes. Ook geluids- en opstellingsvoorwaarden kunnen de montage beïnvloeden, bijvoorbeeld als een alternatieve locatie nodig is of als er extra bouwkundige maatregelen worden getroffen.
Verder telt de manier waarop warm tapwater wordt gemaakt mee, omdat dit invloed heeft op opslagvolume en regeling. Tot slot kan het gekozen regelconcept (bijvoorbeeld met weersafhankelijke sturing en deellastoptimalisatie) extra werk vragen bij inbedrijfstelling, maar dat kan ook de prestaties in het dagelijks gebruik verbeteren.
Wanneer past een propaanwarmtepomp beter dan andere warmtepomptechnieken?
De geschiktheid propaan warmtepomp komt het duidelijkst naar voren in situaties waar je niet altijd met lage aanvoertemperaturen uit de voeten kunt. Veel warmtepompen halen hun hoogste rendement rond 35-45 graden, bijvoorbeeld bij vloerverwarming. In bestaande woningen is dat niet altijd haalbaar, waardoor je een systeem nodig hebt dat bij een hogere temperatuurvraag nog comfortabel kan verwarmen zonder meteen sterk terug te vallen in capaciteit.
Daarbij spelen R290 toepassingen vooral een rol als je een all-electric lucht/water-warmtepomp zoekt voor een woning waar radiatoren aanwezig zijn of waar tapwaterbereiding een hogere temperatuur vraagt. Propaan kan in veel ontwerpen hogere watertemperaturen leveren, wat de inzetbaarheid vergroot in renovaties waar je niet alle afgifte meteen vervangt. Tegelijk blijven de randvoorwaarden belangrijk: er moet een geschikte buitenopstelling mogelijk zijn met voldoende vrije ventilatie en veiligheidsafstanden.
Ook het toekomstbeeld weegt mee. Een propaan toepassing woning sluit aan bij de trend richting koudemiddelen met lage GWP, waardoor je minder afhankelijk bent van koudemiddelen die door regelgeving schaarser of duurder kunnen worden. Het is geen automatische ‘beste keuze’, maar het type woning, de gewenste aanvoertemperatuur en de beschikbare buitenruimte bepalen samen of R290 juist hier voordeel oplevert.
Voor welke woningen biedt een propaanwarmtepomp het meeste voordeel?
In de praktijk zie je het meeste voordeel bij bestaande bouw met radiatoren of gemengde afgifte, waar de benodigde aanvoertemperatuur soms hoger ligt dan bij volledig lage temperatuurverwarming. Dat geldt bijvoorbeeld voor woningen met beperkte isolatiemogelijkheden, of waar het comfort vooral op piekmomenten op temperatuur moet blijven zonder dat je het hele afgiftesysteem direct wilt vervangen.
Ook bij grotere woningen kan het helpen dat veel R290-systemen voldoende temperatuurreserve hebben om het vermogen bruikbaar te houden bij koude buitentemperaturen. Dat neemt niet weg dat isolatie en kierdichting altijd invloed hebben op het elektriciteitsverbruik; het voordeel zit er vooral in dat de warmtepomp technisch beter aansluit op een bestaande situatie met hogere temperatuurvraag.
Wanneer is een traditioneel lage-temperatuursysteem toch efficiënter?
Wanneer een woning goed geïsoleerd is en de afgifte is ingericht op lage watertemperaturen, is een lage-temperatuursysteem vaak de efficiëntste route. Bij vloerverwarming of zeer ruime lage-temperatuurradiatoren kan de aanvoer structureel laag blijven, waardoor de warmtepomp met een hogere COP draait en de seizoensprestaties verbeteren.
In zulke situaties is het koudemiddel minder bepalend dan de systeemtemperaturen en de inregeling. Als de warmtevraag met 35-45 graden stabiel kan worden geleverd, kan een conventionele lucht/water-warmtepomp met een ander koudemiddel in de praktijk net zo goed of soms beter uitkomen, mits de prestaties bij lage temperatuur goed zijn en het systeem slim kan moduleren.
Conclusie
De keuze tussen systemen blijft vooral afhangen van het benodigde aanvoertemperatuurniveau, de mogelijkheden voor een veilige buitenopstelling en de mate waarin je wilt aansluiten bij toekomstige koudemiddelregels. Een propaanwarmtepomp biedt dan vaak extra speelruimte bij hogere temperaturen met een beperkte klimaatimpact van het koudemiddel, mits het ontwerp en de plaatsing kloppen voor rendement en geluid. Meer toelichting op onze aanpak en technische keuzes vind je op de pagina over onze warmtepompen.
Veelgestelde vragen
Wat zegt een laag GWP concreet over de milieu-impact bij een eventueel koelmiddellek?
Wat betekenen de Europese F-gassenregels voor onderhoud en beschikbaarheid van koudemiddelen op langere termijn?
Hoe beïnvloedt de benodigde aanvoertemperatuur de prestaties in een woning met radiatoren?
Wanneer kun je in de praktijk een stillere werking verwachten en wat kun je doen om geluid te beperken?
Welke veiligheidsvoorwaarden rond plaatsing gelden bij R290 en waarom zijn nissen of overkappingen vaak ongunstig?

Met genoegen stellen we je voor aan de eigenaar van ons duurzame bedrijf, Kaey van Gerner. Met een passie voor innovatie en een diepgewortelde toewijding aan milieubewustzijn, heeft Kaey een vooraanstaande rol ingenomen in de wereld van duurzaam ondernemen.
Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen

Hoe Werkt Een Warmtepomp Op Propaan? Technologie Uitgelegd
In de praktijk verplaatst een warmtepomp op propaan via een gesloten R290-kringloop warmte uit de buitenlucht naar het verwarmingswater, waarbij een lagere gevraagde aanvoertemperatuur het rendement verhoogt.
Lees meer
Propaan Warmtepomp Veiligheid: Waar Moet Je Op Letten?
Bij een propaan warmtepomp vereist veiligheid een open en goed geventileerde veiligheidszone rond de buitenunit volgens NPR 7910-1, waardoor bij een lekkage geen brandbaar mengsel kan ontstaan.
Lees meer
Propaan warmtepomp: compleet overzicht en voordelen 2026
Richting 2026 wordt de propaanwarmtepomp steeds gangbaarder doordat R290 aansluit op de F-gasafbouw en hogere aanvoertemperaturen ondersteunt, met behoud van bestaande radiatoren in veel renovaties.
Lees meer